De natuur is van de leg door klimaatverandering. Door de zachte winter beginnen de vogels, vlinders en planten veel eerder aan het voorjaar dan normaal. 

 
Grasmus in het Engelse natuurgebied Lindisfarne National Nature Reserve aan de Noordzeekust. Beeld Hollandse Hoogte / Sijmen Hendriks

Een grasmus in januari, dat is dus echt bijzonder. Boswachter Thomas van der Es fotografeerde de trekvogel vorige week in Nationaal Park de Biesbosch, en kon het eerst niet geloven. De insecteneter hoort nog tot april in de Sahel te zitten, maar kennelijk biedt de zachte winter insecten genoeg. ‘Hij zal soms een rotdag hebben, maar in winters als deze kan hij dus overleven’, aldus Van der Es.

Zo zijn er meer tekenen dat de natuur van de leg is door het veranderende klimaat: de boswachter ziet het klein hoefblad al in bloei staan, net als gras, dat normaal gelig van kleur is in deze tijd van het jaar. Arctische wintervogels laten het afweten: gebruikelijke invasies van nonnetjes, kleine zwanen of brilduikers blijven uit. ‘Soorten waar ik altijd naar uitkijk.’ De roodborsttapuit daarentegen is een opvallende wintervogel geworden, aldus Van der Es. Evenals de Cetti’s zanger, een kleine bruine vogel die normaliter overwintert in mediterraan gebied, maar de laatste jaren oprukt naar het noorden. Vorig jaar telde Van der Es maar liefst 1.400 luid zingende mannetjes in zijn gebied. Dat was tien jaar eerder nog ondenkbaar.

De Vlinderstichting meldt ongebruikelijke atalanta’s. De trekvlinder blijft steeds vaker in Nederland en overleeft winters als deze met gemak. Ook nachtvlinders als de zwartvlekwinteruil en de wachtervlinder laten zich in deze ongebruikelijke periode vaker zien.

Door de warme winters plant de Keukenhof 30 procent meer bloembollen van steeds gevarieerdere soorten, om de kans te vergroten dat bezoekers bloeiende bloemen zien. Het park sluit dit jaar een week eerder dan vorig jaar, maar snel schakelen is lastig voor een bedrijf met 1.300 medewerkers en met toeristische reserveringen uit de hele wereld.

Hooikoortspatiënten

Het kan nog vriezen, maar voorlopig blijft het dooien. De natuur past zich aan, en verandert de laatste jaren ingrijpend. ‘Er is een grote volksverhuizing gaande in de Nederlandse natuur’, zegt bioloog Arnold van Vliet van de Wageningen Universiteit. Zijn universiteit meldde in december al de bloei van hazelaars en elzen, en moest hooikoortspatiënten daarom extreem vroeg waarschuwen voor pollen in de lucht. In tuinen bloeit hier en daar de mahoniestruik al, weet Van Vliet. Terwijl levenslustige merels ons in alle vroegte wekken, staan in het plantsoen de narcissen al in bloei. Ook mollen zijn al vroeg actief.

Als het klimaat zich op deze manier blijft ontwikkelen, zijn de gevolgen voor de natuur ingrijpend. Een van de nog onopgehelderde vragen is wat dit zal betekenen voor de vogeltrek. De snelste aanpassers zullen overleven. Maar hoe moet het met bijvoorbeeld de hermelijn? De marterachtige neemt af in aantal, de vraag is of klimaatverandering (en het uitblijven van sneeuw waarin zijn witte wintervacht bescherming biedt) daarmee te maken heeft.

Van Vliets collega Wieger Wamelink berekende twee jaar geleden al dat het bij een temperatuurstijging van 3 graden voor 500 plantensoorten (40 procent van het totaal) te warm wordt in Nederland. Tegelijk zouden 1.000 soorten zich hier kunnen vestigen.

De zachte winters bieden kansen voor soorten, maar de vraag is hoe extreem de klimaatverandering zal zijn, en of en hoe soorten zich zullen aanpassen. De grootste ramp die vroegbloeiers kan overkomen, is een late vorst. Dan zullen alsnog slachtoffers vallen.

 

 

Bron: De Volkskrant

 
Grauwe Kiekendief - Kenniscentrum Akkervogels, Vogelbescherming Nederland
30-JAN-2020 - Velduilen staan bekend als echte nomaden, die door heel Europa de populatiedynamiek van hun prooidieren (woelmuizen) op de voet volgen. Tijdens hun omzwervingen bereiken sommige uilen in de winter echter ook het Afrikaanse continent. Voor het eerst werd een Velduil die in Nederland broedde, met een GPS-zender tot naar Noord-Afrika gevolgd. Velduil 'Romke' blijkt dit jaar in Libië te overwinteren.
    
 

2019 was in grote delen van Nederland en Europa een echt piekjaar van de Veldmuis. Ineens doken op allerlei plekken grote aantallen broedende Velduilen op. In Nederland waren dat meer dan zeventig broedparen (Sovon Vogelonderzoek Nederland). Waar deze Velduilen vandaan kwamen, en hoe ze de gebieden met muizenuitbraken altijd weten te vinden, blijft een fascinerend raadsel.

Om meer kennis over de nomadische bewegingen van Velduilen op te doen – en daarnaast belangrijke gegevens over hun habitatgebruik in het agrarisch landschap te verzamelen – is Grauwe Kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels (GKA) in 2017 in samenwerking met Vogelbescherming Nederland begonnen om Velduilen in Nederland van GPS-zenders te voorzien. Sindsdien zijn er vier Velduilen gezenderd. Ondanks technische moeilijkheden (met name batterijen die onvoldoende opladen door de geringe dagactiviteit van Velduilen) konden al interessante bewegingen worden vastgelegd. De tot nu toe meest spectaculaire gegevens kwamen vorige week binnen: Velduil 'Romke' blijkt in Libië te overwinteren!

Verplaatsing van de gezenderde Velduil 'Romke' van Friesland naar Libië. Van onderweg zijn geen GPS-posities beschikbaar.Verplaatsing van de gezenderde Velduil 'Romke' van Friesland naar Libië. Van onderweg zijn geen GPS-posities beschikbaar. (Bron: Google Earth / GKA)

'Romke' in Libië

'Romke' is de eerste van de vier tot nu toe door GKA in Nederland gezenderde Velduilen die naar Afrika trok. Dit volwassen mannetje broedde in 2019 in Friesland nabij Stiens; door de inzet van vrijwilligers van Sovon, de plaatselijke BFVW-vogelwacht en de boer werd zijn nest in intensief grasland tijdens het maaien gespaard. In juli werd 'Romke' door GKA van een GPS-GSM zender voorzien. De nauwkeurige GPS-locatiebepalingen worden bij deze logger via het mobiele telefoonnetwerk verstuurd, tenminste als de uil ‘bereik’ heeft.

Velduil 'Romke' tijdens het zenderen nabij Stiens in juli 2019Velduil 'Romke' tijdens het zenderen nabij Stiens in juli 2019 (Bron: Raymond Klaassen)

In de eerste drie maanden na het zenderen verplaatste 'Romke' zich nauwelijks. Tot na het uitvliegen van zijn vier tot vijf jongen bleef hij in de nestomgeving; pas eind augustus verplaatste hij zijn home range voor het eerst ongeveer twee kilometer, en half september weer circa zeven kilometer. Hij verbleef toen minstens een maand lang in de Wynserpolder, een bekend weidevogelreservaat, waar in sommige jaren ook Velduilen tot broeden komen. 

Bewegingen van 'Romke' tussen juli en oktober 2019 in Friesland tussen Stiens en OentsjerkBewegingen van 'Romke' tussen juli en oktober 2019 in Friesland tussen Stiens en Oentsjerk (Bron: Google Earth / GKA)

Na een data-gat van drie maanden was het des te verrassender dat half januari posities van 'Romke' uit Libië binnenkwamen: 2600 kilometer van zijn laatste positie in Friesland vandaan! Het bleek dat hij al minstens sinds half december in Libië verblijft. Het grootste deel van de tijd zat hij in de woestijn ongeveer 350 kilometer zuidwestelijk van de Libische hoofdstad Tripoli. Een enkele positie lag echter 450 kilometer verder oostelijk, op 90 kilometer afstand van de kust; het lijkt er dus op dat Velduilen ook in Afrika rondzwerven.

Velduilen in Afrika

Dat Velduilen naar Afrika vliegen wisten we eigenlijk al wel. Op verschillende expedities naar de stopover- en overwinteringsgebieden van Grauwe Kiekendieven in Afrika zijn GKA-collega’s Velduilen tegengekomen. In Marokko, maar ook in Senegal, waar de uilen dus zelfs de Sahara voor moesten oversteken.

Hoeveel Velduilen daadwerkelijk naar Afrika trekken, welke omstandigheden daarvoor zorgen en waar deze uilen vandaan komen is echter onbekend. Zo zijn er maar een handvol ringvondsten van in Europa geringde Velduilen uit Noord-Afrika (Marokko, Algerije, Tunesië). Maar eind 2019 werd al een ander geval van een gezenderde, naar Afrika trekkende Velduil gepubliceerd. Eén van de uilen uit een onderzoeksproject van de British Trust for Ornithology (BTO), geringd als broedvogel op het Schotse eiland Arran, trok in november naar Marokko.

Een verklaring voor de migratie naar Afrika is in het geval van 'Romke' niet gemakkelijk te vinden. De muizenpiek in Nederland duurt nog steeds voort, voedselgebrek kan het dus eigenlijk niet zijn. Ook van een bijzonder koude winter is op dit moment in Nederland geen sprake. Er worden in Nederland ook op dit moment nog grote aantallen overwinterende Velduilen gemeld. Het lijkt dus dat individuele variatie  een aanzienlijke rol speelt.

Andere gezenderde Velduilen

De andere drie door GKA gezenderde Velduilen hebben ook indrukwekkende omzwervingen laten zien, zij het op kleinere schaal. 'Ben' zwierf in het najaar 2017 in een tijdsbestek van 19 dagen meer dan 500 kilometer door de gehele Nederlandse kustregio. 'Hubert' liet in het najaar 2019 nog uitgebreidere bewegingen zien: hij vloog meerdere keren tussen Groningen en het aangrenzende Ostfriesland heen en weer, maakte vervolgens een rondje door heel Nedersaksen en vloog uiteindelijk tot aan de Duitse Oostzeekust. En 'Caspar' trok in het voorjaar 2018 na een in Friesland doorgebrachte winter doelgericht naar het oosten, met de laatste positie komende uit noordoost-Polen, circa 1000 kilometer van het Friese wintergebied vandaan. Maar het is duidelijk dat dit slechts de eerste puzzelstukjes zijn op de weg om de nomadische Velduilen te begrijpen.

Velduil 'Caspar' tijdens het zenderen nabij Finsterwolde in september 2017Velduil 'Caspar' tijdens het zenderen nabij Finsterwolde in september 2017 (Bron: Rein Hofman)

Het zenderonderzoek aan Velduilen wordt mogelijk gemaakt door RWE, het Waddenfonds, het Bettie Wiegman Fonds, het Prins Bernard Cultuurfonds en de provincies Noord-Holland en Fryslân.

Wij danken Romke Kleefstra (Sovon Vogelonderzoek Nederland) en John Calladine (BTO) voor de samenwerking en het delen van informatie, en de betrokken agrariërs in Friesland en Groningen voor hun medewerking.

Tekst: Tonio Schaub & Raymond Klaassen ,Grauwe Kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels en Jules Bos, Vogelbescherming Nederland
Foto's: Rein Hofman, Birdfocus.nl; Raymond Klaassen

Kaarten: Google Earth / GKA

 

Bron: Nature Today

In de laatste twee weken van 2019 gingen weer een paar honderd vogelaars op pad om mee te doen aan de PTT-tellingen. Een maandje later zijn de gegevens van maar liefst 612 routes aan Sovon doorgegeven, een nieuw telrecord. Maar het gaat natuurlijk vooral om de vogels: met deze telling volgen we sinds 1978 de trends bij vogels die ’s winters niet aan water zijn gebonden, zoals de Gaai en Matkop.

Coördinator Willem van Manen zette de eerste uitkomsten op een rij. Na het verhaal over de najaarsinvasie van Gaaien was het natuurlijk spannend of dit ook uit de PTT-telling zou blijken. En jawel: +44% Gaaien ten opzichte van het aantal dat in 2018 werd geteld. Naar schatting zijn er deze winter zo’n 80.000 extra Gaaien in ons land. Bij eerdere uitschieters ging het om 20.000 – 30.000 meer. De winter van 2019/2020 kent dus een historisch grote invasie van Gaaien.

Foto: Ran Schols

Matkop

Een minder uitbundig gekleurde soort is de Matkop. Deze wat stiekeme mezensoort neemt al jaren af en bereikte deze telling een nieuw dieptepunt. Veroudering van het bos zou een oorzaak hiervoor kunnen zijn, maar ook verdroging of eventueel klimaatverandering. De Matkop is niet de enige mees die een forse afname laat zien: twee sterk aan naaldbos gebonden soorten, de Kuifmees en Zwarte Mees, nemen ook gestaag af.           

Bron: SOVON Vogelonderzoek Nederland

Een dringend bericht zo met het nieuwe jaar in het vooruitzicht:

Vogelwacht Limburg zoekt enthousiaste mensen die hun kennis over vogels met anderen willen delen.

Wij geven jaarlijks op verschillende plaatsen in Limburg cursussen om vogels nog beter te leren kennen en herkennen.

De meeste cursussen zijn laagdrempelig en bedoeld voor mensen die nog bijna niets van vogels weten.

Daarnaast geven we cursussen aan de wat meer gevorderde vogelaars.

Om in de toekomst onze cursusactiviteiten te kunnen voortzetten en zo mogelijk uit te breiden, zijn we op zoek naar nieuwe cursusleiders.

Als cursusleider verzorg je van oktober t/m mei (behalve december) gedurende 1 avond per maand een lesavond.

Je kunt zelf bepalen op welke dag je dit doet. Op de zondagochtend daarop volgend ga je met de cursisten wandelen.

Tijdens die wandeling ga je samen met de cursisten op zoek naar de vogelsoorten die tijdens de cursus behandeld zijn.

Het gebied waar je gaat wandelen, mag je helemaal zelf bepalen.

Lijkt het je iets om je vogelkennis met anderen te delen? Neem dan contact op met de werkgroep cursussen (zie onze website: www.vogelwacht-limburg.nl )
Je bent van harte welkom in ons team.

 

Afbeelding kan het volgende bevatten: een of meer mensen, staande mensen, boom, plant, schoenen, buiten en natuur

 

Nee, deze titel slaat niet op de omvang van deze prachtige azuurblauwe vogel, die wij als symbool voor onze vereniging gebruiken. Het gaat om ons verenigingsblad Het Ijsvogeltje.

De laatste jaren hebben we gemerkt dat het aanbod van kopij voor ons blad steeds minder begint te worden. Slechts een beperkt aantal leden levert kopij aan.
Desondanks gaat het lukken om in de toekomst een dikkere uitgave van Het Ijsvogeltje uit te brengen. Dat is telkens weer een geweldige prestatie!

Door het verenigingsblad in de toekomst niet vier, maar drie keer per jaar (december, maart, juni) uit te brengen, hebben we meer pagina’s ter beschikking. Hierdoor wordt het niet alleen dikker, maar bestaat nog meer de mogelijkheid om artikelen van individuele leden of van werkgroepen te plaatsen.
Wij gaan er vanuit dat dit de kwaliteit van Het Ijsvogeltje ten goede zal komen.

Het aankomend Ijsvogeltje verschijnt niet in juni, maar in augustus 2019. Daarna wordt het in december, eind maart en begin juni uitgebracht.

Mocht u een leuk of interessant artikel hebben over (achtergronden van) vogels een reis, excursie, vrijwilligerswerk of heel iets anders, stuur dit dan in naar de redactie: .

Het Ijsvogeltje is immers een blad van ons allemaal!

Bestuur VWL

Het bestuur van de Vogelwacht Limburg zoekt voor de werkgroep kerkuilen een nieuwe coördinator. 

We denken aan iemand die: 

  • • affectie heeft met de natuur, speciaal met uilen 
  • • aanspreekpunt is voor de Limburgse controleurs van nestkasten 
  • • eenmaal per jaar of per 2 jaar, vaak samen met de coördinator steenuilen, een bijeenkomst organiseert voor alle controleurs 
  • • jaarlijks gegevens verzamelt van alle kerkuilbroedsels in Limburg, welke aangeleverd worden door de drie coördinatoren van de deeldistricten Zuid-Midden- en Noord-Limburg 
  • • mensen of instanties die om informatie of advies vragen over kerkuilen (denk aan kasthouders, scholen) telefonisch of per mail te woord kan staan 
  • • eenmaal per jaar, meestal in januari, de landelijke vergadering van kerkuil coördinatoren bezoekt 
  • • er voor zorg draagt dat er een kort stukje over kerkuilen met foto’s in de eenmaal per jaar uit te brengen landelijke nieuwsbrief komt 

Voor meer informatie: 

Henk Beckers 

e-mail:  

telefoon: 0475-533003  

Op woensdag 9 jan. j.l. is zeer plotseling overleden onze oud secretaris van de Vogelwacht Limburg de heer Jack Pleijers.

24 jaar aaneengesloten is hij secretaris van de vereniging geweest. In 2017 heeft hij in de voorjaarsvergadering afscheid genomen en is op die bijeenkomst benoemd tot erelid.

We zijn Jack enorm veel dank verschuldigd. Naast zijn drukke baan in het onderwijs en inzet voor de kerk in Bunde heeft Jack het secretariaatswerk altijd met veel plezier en vooral accuratesse  gedaan.

Niets was hem teveel. Je kon altijd een beroep doen op hem. Het was een man waar je op kon bouwen.

De notulen waren letterlijk een weergave van de gevoerde discussies en gesprekken. Hier hield hij ook nauwgezet een archief van bij. Wilde je wat weten uit het verleden. Jack vond het, hij had het.

Met name de begeleiding en het vervolg traject van de door de V.W.L. opgestarte vogelprojecten (denk aan grote gele kwikstaart, steenuil) deed Jack met een nauwgezette planning. Afspraken moesten nagekomen worden. Anders werd er aan de bel getrokken.

Mede door hem zijn vele acties succesvol geworden.

Jack laat voor de directe nabestaanden een enorme leegte achter. Wij zullen Jack nooit vergeten.
Een aimabele, zorgzame en humoristische man.

Jack vaarwel.

Het bestuur en alle leden van de Vogelwacht Limburg.

Sovon is op zoek naar enthousiaste vogelaars om enkele beken/beektrajecten te gaan tellen.

De tellingen zijn vooral gericht op het broedvoorkomen van grote gele kwikstaart en ijsvogel. Ook soorten als oeverzwaluw en zeldzaamheden als oeverloper en waterspreeuw worden natuurlijk niet vergeten.

Het gaat om drie ( ochtend) tellingen uit te voeren tussen begin april en begin juli.

Vooral voor de Geul en Geleenbeek zoeken wij nog tellers.

Voor meer informatie: bel of mail naar Erik Macco: 0613233642 /